Aart van den End

"Ik noem het vrije tijd"

Gedreven woordenboekenmaker over zijn obsessie met woordenboeken en zijn fascinatie met taal

[document-ikoon]

Auteur: Egbert van Heijningen

 

Als beginnend tolk en vertaler verbaasde Aart van den End (1953) zich over het gebrek aan specialistische vertaalwoordenboeken. De woordenlijsten voor zijn vakgebieden, recht en vastgoed, waren ofwel te beperkt of de kwaliteit liet te wensen over. Hij besloot zijn eigen lijsten bij te gaan houden. Dankzij zijn gestructureerde aanpak en ijzeren discipline groeiden die uit tot boekwerken die het waard waren te publiceren. Ook dat deed hij zelf. Je bent ondernemer of je bent het niet...

 

De bekendste uitgaven van zijn uitgeverij Gateway, het Juridische Lexicon (meest recente editie op cd-rom september 2006) en het Onroerend Goed Lexicon (tweede editie november 1999), worden evenzeer gewaardeerd door vertalers als door vakspecialisten. Met hun hulp werkt Van den End voortdurend aan verbetering en uitbreiding van de woordenboeken. “In 1995 kende ik het bestand nog helemaal uit mijn hoofd en wist ik van elk woord waar het vandaan kwam. In 2000 werd dat al minder en nu is het echt te groot geworden.”

 

Aart van den End werkt aan huis, een huis dat deel uitmaakt van een tot monument verklaard  complex uit de jaren vijftig. Het is ontworpen door een architect uit de Delftse School. Deze architecten lieten de technieken van de moderne tijd niet links liggen, maar ze behielden ook graag de mooie vormen uit het verleden. Ze waren niet bang om met hun keuzes tegen de stroom in te zwemmen. Van den End voelt zich er prima thuis.

 

“Je zou lachen als je ziet hoe ik werk. Ik gebruik nog heel ouderwets Word Perfect 5.1 voor de woordenboeken. Drukkers en zetters zijn daar heel blij mee, ze kunnen er beter mee overweg dan met bestanden uit Word. Met enige trucs kunnen mijn computerboeren de bestanden ook online zetten, dus waarom zou ik het anders doen?”

 

Aan de wand van zijn werkkamer hangen architectonische ontwerptekeningen, minutieus uitgevoerde, bijna fotografische etsen van agrarische landschappen en een aantal tekeningen in de bekende stijl van rechtbankverslagen. Herinneringen aan zijn begintijd als tolk, halverwege de jaren tachtig: “Allemaal topcriminelen uit lange zaken waarvoor ik getolkt heb. Die meneer daar is een Amerikaan die in Soesterberg zijn Turkse vrouw met een hamer de schedel insloeg en vervolgens van vingertoppen en gebit ontdeed, haar met een machine in schijfjes sneed, die schijfjes in vuilniszakken deed en die vuilniszakken aan de dijk naar Marken zette. Maar hij vergat één ding: de sluitingen van de vuilniszakken van de Amerikaanse legerbasis waren uniek. Binnen een dag was men er dus achter, want diezelfde dag had hij ook zijn vrouw als vermist opgegeven. Tja. Het was een heel aardige man.”

 

In zijn eerste jaren als tolk legde hij de basis voor zijn bekendste uitgave, het Juridisch Lexicon. “Ik merkte dat er maar één lijstje met juridische termen was en dat was van het NGV. Ik heb het op een memorecorder opgenomen en telkens als ik naar de rechtbank in Utrecht ging speelde ik dat af. Na 10, 15 keer luisteren kende ik de termen zo ongeveer wel. Ik ging echter ook vaak in de zaal zitten en schreef andere woorden op die vaak werden gebruikt. Mijn eigen lijst groeide en groeide en op een gegeven moment besloot ik het systematisch aan te gaan pakken.”

 

Om de lijst zo compleet mogelijk te maken, begon hij in uit bestaande woordenboeken alle mogelijk juridische termen te verzamelen. Als eerste het aloude vertaalwoordenboek van Jansonius. “Dat heb ik gedaan tijdens een vakantie in Zeeland, op een boerencamping. De kinderen gingen naar het strand en ik streepte en streepte. Dat was mijn leukste vakantie ooit.”

 

De fascinatie voor het woord
Van den Ends liefde voor de Engelse taal is gegroeid in zijn jeugd. “Ik had een leraar Engels, dr. De Vries, die toevallig nog hier vlakbij woont. Het was een aparte, maar hij kon prachtig vertellen over literatuur.
En ik had familie in Engeland. Een oom en tante, rijk geworden in Australië, waren in Crawley een stroopwafelbakkerij begonnen, als experiment. Toen ik 16 was ging ik stiekem naar ze toe, met de fiets via België naar Dover. Ik meende dat Engeland ongeveer net zo groot zou zijn als Nederland, dus Crawley was vast wel te befietsen. Gelukkig bleek het in Sussex te liggen, dus dat viel nog wel mee. Ik kwam ’s nachts om half een in Dover aan, te laat voor een bed and breakfast. Ik heb de hele nacht en ochtend doorgefietst en kwam ’s middags om half 4 doodmoe aan. Sindsdien heb ik een aantal zomers in Crawley doorgebracht. Werkend bij mijn oom en tante in de bakkerij, maar ook bij een Engels gezin, aan wiens landhuis ik veel geschilderd heb.”

 

Een enthousiaste leraar en vakanties in een Engelstalig gezin, het is niet de slechtste manier om de taal te leren. In dit leerproces kwam een aantal jaren later ook al Van den Ends hang naar systematiek naar voren. “Op een gegeven moment heb ik twee weken opgetrokken met een rechtenstudent uit Cambridge die ik had ingehuurd, ik betaalde alles. We spraken uitsluitend Engels, wat niet moeilijk was, want hij sprak geen andere taal. Ik had ook een aantal van mijn vertalingen meegenomen om die met hem door te spreken. De aantekeningen heb ik hier nog liggen, en een aantal notities heb ik laatst gebruikt voor de woordenboeken. Ik heb ze met mijn native speakers besproken en een groot deel bleek nog oké.”

 

Maar de fascinatie voor het woord zat er al veel eerder in. “Mijn vader was dominee in de Hervormde Kerk. Al heel jong vroeg ik me af hoe je nou ooit iemand het verschil duidelijk kon maken tussen Hervormd en Gereformeerd, laat staan dat je dat nog aan Engelsen zou kunnen uitleggen. Nu zou ik het kunnen uitleggen.”

 

En meer dan dat. Tijdens ons gesprek komt er een telefoontje van een van zijn contactpersonen, het hoofd communicatie van de Verenigde Protestantse Kerken. Van den End had hem gevraagd hoe een bepaald klein kerkgenootschap in het Engels wilde heten. “De Hersteld Hervormde Gemeente in Woudenberg, ook wel de Nederlandse Hervormde Gemeente in hersteld verband. Hij heeft mijn vraag voorgelegd aan een collega van hun synode, en die zal me morgen verder helpen.” En zo heeft hij inmiddels al zo’n honderd minder bekende kerkgenootschappen verzameld.

Memorecorder en markeerstift
Het voorbeeld van de kerkgenootschappen is kenmerkend voor de wijze waarop Van den End zijn woordenboeken samenstelt en actueel houdt. Voortdurend is hij op zoek naar nieuwe woorden en nieuwe betekenissen.

 

“In de auto heb ik een memorecorder liggen. Onderweg valt je van alles op: een woordje op een vrachtwagen, of je hoort iets op de BBC World Service. Thuis speel ik het bandje dan weer af en tik de opname uit achter de computer. En hele stapels uitdraaien heb ik hier liggen, allerlei teksten die ik tegenkom tijdens het zoeken op internet. Tijdens vakanties ben ik altijd wel een paar uur per dag aan het strepen, en ik ga ook nooit de deur uit zonder pen en gele markeerstift. Als ik een week wegga, neem ik er zeker 3 of 4 mee.”

 

Voortdurend is hij, via mail en telefoon, in dialoog met collega’s en specialisten die alle gevonden termen in de context kunnen plaatsen en alle mogelijke betekenissen kunnen duiden. Hij prijst zich gelukkig met de uitstekende vertalers waarmee hij samenwerkt.

 

“Ik vertaal zelf alleen maar van het Nederlands naar het Engels. Dat laat ik wel bijna altijd nakijken door een Engelsman. Tenzij ik zelf meer weet van het onderwerp, dan heeft het geen zin. Maar als het enigszins een algemene tekst is, dan altijd.”

“Een deel van mijn werk besteed ik uit aan derden. Daarbij treed ik dan weer op als corrector. Soms zie ik daarbij dat iemand afwijkt van het woordenboek. Dat mag natuurlijk, mits er een goede reden voor is. Het blijft zoeken, er is altijd ruimte voor aanvulling of verbetering.”

 

De woordenboekapplicatie is onlangs aangepast en Van den End heeft nu de beschikking over een ‘zoeklog’ met de door onlinegebruikers niet gevonden maar wel gezochte woorden. Hij beschrijft dit als het vinden van een schat: “Je ziet niet alleen gezochte woorden maar ook onverwachte, ‘verkeerde’ zoekmethodes en dat helpt weer bij het gebruiksvriendelijk maken van het Lexicon.” Van den End geniet ervan dat het Lexicon door honderden mensen tegelijk gebruikt wordt, dat kan hij nu namelijk ook zien! Het bijhouden van een woordenboek is een kwestie van discipline. Elke maand ontstaat er weer een stuwmeer aan terminologie, en na bespreking met de experts stroomt dat dan de onlineversie in. Van den End verwacht dat de Lexicons met deze nieuwe applicatie nog sneller zullen groeien, “en met zo’n up-to-date woordenboek onder de knop kun je prachtige vertalingen maken!”

 

Voor alle vernieuwingen geldt dat ze goed beargumenteerd en gecontroleerd moeten zijn. Als een betekenis eenmaal in de context is bevestigd, kan deze in een nieuwe editie worden opgenomen.

 

“Kijk, als ik een woordenboek aan iemand aanbied, dan wil die persoon kant en klare vertalingen hebben. Het is ondoenlijk om in een woordenboek ook nog de bron aan te geven. Een vertaler wil oplossingen, geen vragen. Dus gedeeltelijk zeg ik: hier heb je je oplossingen, die kun je veilig overnemen, en gedeeltelijk zeg ik ook: kies maar, hier heb je 3 of 4 termen in volgorde van frequentie. Als je een voorkeur hebt voor een ander woord gebruik je dat.”

 

Voor de opbouw van de ingangen in het woordenboek heeft Van den End duidelijke eigen keuzes gemaakt, die afwijken wat in elders gebruikelijk is.

 

“De opbouw van Van Dale begrijp ik nog altijd niet. Regelmatig komt het voor dat ik een ingang van begin tot eind moet lezen om zeker te weten dat ik alle mogelijkheden heb gezien. En het kan zo eenvoudig zijn. Ik hanteer ingangen met subingangen, die ook weer alfabetisch gerangschikt zijn. De kernwoorden van de subingang zijn daarbij bepalend, en ik kies steeds voor het meest logische woord. Als in een enkel geval niet duidelijk is of de gebruiker zal zoeken op een voorzetsel of een werkwoord, houd ik maar vast aan mijn systeem en kies ik voor het werkwoord. Bij een ingang als ‘recht’ heeft het beslist zin om zo’n duidelijke methode te hanteren. Je bent anders 18 bladzijden lang aan het zoeken.”

           

Een luxeprobleem
Dankzij Van den Ends gedrevenheid hebben de Lexicons een vaste plaats veroverd naast klassiekers als Van Dale. Maar zal zijn werk net zo’n lang leven beschoren zijn als het werk van de schoolmeester uit Sluis? Er komt tenslotte een dag dat hij de volgende editie niet meer zelf zal kunnen verzorgen.

 

“Die dag is de dag waarop mijn ogen definitief dichtgaan. Ik ga gewoon door, ik vind het veel te leuk en ik noem het zelfs mijn vrijetijdsbesteding – ‘vrije’ tussen aanhalingstekens dan wel. Ik heb er wel over nagedacht, natuurlijk. Maar ja, je kunt het niemand opleggen.”

 

Ter verduidelijking vertelt hij over de Duitse versie van het Juridisch Lexicon die hij ooit probeerde te laten maken. Zijn beheersing van de Duitse taal is onvoldoende om dit project zelf te leiden. Daarom heeft hij een aantal jaren geleden al eens een groep mensen verzameld die het project konden uitvoeren. “Een groep van zo’n 6, 7 mensen, waaronder vertalers, een advocaat, een Duitse rechter die Nederlands sprak. Er was software gemaakt om te voorkomen dat werk dubbelop werd gedaan. Sommige ingangen komen nou eenmaal op verschillende plekken voor, dus je kunt het werk niet eenvoudig verdelen in een stuk van A tot E, van E tot J, enzovoorts. Alles leek dus goed georganiseerd, en toch kwam het niet van de grond.”

 

Jammer, want dat er vraag naar is, is inmiddels bewezen. “Minstens een keer per week word ik ernaar gevraagd. ‘U heeft het Engelse lexicon gemaakt, dus dan heeft u vast ook wel het Duitse gemaakt’. Ik zit dus met een luxeprobleem. Ik wil dat het Juridisch Lexicon Nederlands-Duits er komt en ik ben bereid er geld in te steken. Dat risico wil ik wel nemen, daar ben ik ondernemer genoeg voor.”

 

Als er maar een paar vertalers te vinden waren die dezelfde discipline kunnen opbrengen als Van den End. “Ze hoeven er niet fulltime mee bezig te zijn. Al is het maar één dag per week. Het mag best even duren, mits er iets gebeurt - en mits het werk maar controleerbaar is. In de tussentijd worden ze gewoon betaald. Als jij nou eens een oproep zou kunnen plaatsen...”

 

Wie meer wil weten over NGTV-lid Aart van den End en zijn projecten, kan terecht op zijn website: www.juridischlexicon.nl.

 

Dit artikel is opgetekend door Egbert van Heijningen, tekstschrijver en vertaler Engels, en is eerder verschenen in het blad Linguaan in 2006. De informatie over de laatste editie van het Juridisch Lexicon en de informatie over het zoeklog bij de onlineversies is toegevoegd in april 2007.

 

Reacties

Er zijn nog geen reacties.

Geef hier uw reactie!

Als u eerst inlogt, hoeft u niet telkens uw naam, e-mailadres en de captcha (spampreventietest) in te vullen.

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te bewerken of te verwijderen.

[logo Vertaalweb]

ZOEKEN

zoeken

Gerelateerd

© 2019 Vertaalweb